Doe-het-zelf

Onlangs las ik in Lambert Giebels’ biografie over Soekarno dat een van de gelukkigste periodes in zijn leven de jaren 1934 tot 1938 waren, toen hij vanwege zijn politieke activiteiten door het Nederlandse gouvernement verbannen was naar Endeh op het eiland Flores. Hier ontplooide hij allerlei creatieve activiteiten: hij ging schilderen, tuinieren, schreef en regisseerde zelf toneelstukken.

Onder de naam ‘toneelclub Kelimoetoe’ voerden leden van zijn huishouding, vrienden en kennissen die stukken op. De vrouwen van de toneelclub maakten de kostuums, de mannen maakten de decorstukken en rekwisieten. Op Flores, waar verder weinig tot niets gebeurde, vormden deze toneelavonden culturele hoogtepunten. Om de avond compleet te maken, werd elke opvoering voorafgegaan door het zingen van het verboden Indonesia Raja.

Terwijl Soekarno in 1942 met de Japanners om tafel zat, speelde mijn vader in Driesum nog in het hooi, niet vermoedend dat hij in 1946 als oorlogsvrijwilliger voet aan wal zou zetten in Indonesië. Er zijn niet veel foto’s van zijn jeugd, maar heel soms werd er een groepsfoto van het gezin gemaakt, waarschijnlijk door een rondreizende fotograaf die toevallig in de buurt was. Enkele van de leukste foto’s zijn die van het jaarlijkse dorpsfeest: mijn vader met twee vrienden en verschillende van zijn oudere zussen met vriendinnen, uitgedost in zelfgemaakte, bij elkaar geraapte verkleedkleren, kostuum is een te groot woord.

In het Driesum van de jaren 40 was het dorpsfeest vast een van de culturele hoogtepunten van het jaar, misschien op de voet gevolgd door een opvoering van de plaatselijke toneelclub in de winter. Al weet ik niet eens of Driesum in die tijd een toneelvereniging had, en of bij mijn vader thuis toneel niet werd gezien als verwerpelijk vermaak. Maar ik houd van het idee dat hij als jongeman zo’n toneelavond bezocht, met in de pauze een tombola en voorafgaand aan de voorstelling het gezamenlijk zingen van het Frysk folksliet.

Nu ‘participatiemaatschappij’ het nieuwe toverwoord is geworden, al dan niet voor het verdoezelen van keiharde bezuinigingen op onder meer de culturele sector, nu mienskip het kernbegrip is van Leeuwarden Culturele Hoofdstad 2018, gebaseerd op een maatschappij waarin van oudsher het merendeel van de culturele activiteiten, van Elfstedentocht tot toneelvereniging, al door vrijwilligers wordt gedragen, nu iedereen schrijver, fotograaf, journalist, muzikant of vormgever is geworden, met een snelheid omgekeerd evenredig aan het geld dat men nog voor dergelijke activiteiten over heeft, nu sommigen vinden dat Nederland te klein is voor het huidige aantal culturele topgezelschappen, er daarbij ongetwijfeld niet eens aan dénkend dat de overgebleven toppers ergens anders zouden kunnen zitten dan in Amsterdam, nu bibliotheken en culturele centra in razend tempo aan het verdwijnen zijn, zie ik ineens een parallel tussen de tijd van Soekarno op Flores en mijn vader in Driesum, en de huidige tijd: cultuur, dat is voor de overgrote meerderheid van de bevolking een doe-het-zelf-activiteit.