Koning, keizer, admiraal, wie schrijft eigenlijk ons verhaal?

09-01-2014

De geschiedenisles die ik vroeger op de lagere en middelbare school kreeg, ging voornamelijk over koningen, keizers en admiraals. Hoewel geschiedenis een van mijn favoriete vakken was, zei een groot deel van de namen en jaartallen me ook weer niet zoveel. Want hoe interessant ook, het was vooral een ver-van-mijn-bed-show. Het groepje prehistorische mensen rond een vuur dat stond afgebeeld in het geschiedenisboek op de basisschool kwam waarschijnlijk nog het dichtst bij het leven dat ik uit persoonlijke ervaring kende.

Al jaren is er een tendens naar het 'personaliseren' van de Grote Geschiedenis. De hoeveelheid boeken, voorstellingen en documentaires over historische onderwerpen waarin de ervaringen van een ouder, grootouder of andere voorouder centraal staan, is al tijden niet meer te overzien. En ook radio- en tv-programma's, tijdschriften en musea die het persoonlijk getinte historische verhaal als invalshoek nemen, kunnen zich in een grote populariteit verheugen.

Nu het mogelijk is ieders persoonlijke levensverhaal op z'n minst gedeeltelijk vast te leggen, te bewaren en over te dragen, gebeurt dat ook op grote schaal: van biografieën en autobiografieën tot cursussen levensverhalen schrijven enoral history-projecten. De vraag is of dat ook iets toevoegt voor anderen dan de direct betrokkenen, of we er iets aan kunnen hebben, nu of in de toekomst.

Waar komt die belangstelling voor het verleden eigenlijk vandaan? Is het pure nostalgie, ingegeven door verwarring over een onoverzichtelijk heden en angst voor een onzekere toekomst? Of is het eerder het zoveelste signaal van een identiteitscrisis? Wie zijn wij, waar staan we voor, waar komen we vandaan, wie ben ik eigenlijk, wat is mijn regionale of nationale identiteit?

Toen ik een paar jaar geleden begon met het uitzoeken van de privégeschiedenis van mijn vader, meer specifiek de tijd die hij als oorlogsvrijwilliger in Indonesië doorbracht, had ik geen idee dat ik een van de velen zou worden die hiermee bezig waren. Sinds ik me hierin verdiep, ben ik heel veel mensen tegengekomen die zich voor dezelfde periode interesseren, vaak naar aanleiding van een vader, oom of opa die in die jaren in Indonesië is geweest. Ook in de media wordt regelmatig aandacht aan deze tijd besteed, bij voorkeur naar aanleiding van oorlogsmisdaden of andere schandalen.

Voor mijn vader kwam er een vrij abrupt einde aan deze geschiedenis toen hij in september 1947 een bevel weigerde. Hoewel, ook weer niet zo abrupt, want het duurde nog een jaar voordat hij daadwerkelijk veroordeeld werd door de Krijgsraad en op de boot naar Nederland werd gezet, waar hij de rest van zijn straf in Fort Spijkerboor uitzat. Dat was voor hem einde verhaal, maar voor mij pas het begin van een verhaal dat me niet meer zou loslaten, evenmin als de gedachte aan het publiceren van dat verhaal.

Bij vlagen word ik echter behoorlijk moedeloos van de stroom verhalen die, in welke vorm dan ook, al over dit onderwerp bestaat, al lees en zie ik vrij weinig over bevelweigeraars (weer een andere groep dan de dienstweigeraars die helemaal niet naar Indonesië gingen) en vind ik het verhaal van mijn vader vrij uniek. Maar ik weet ook dat iedereen zijn eigen verhaal vrij uniek vindt, terwijl dat niet altijd zo is. Soms gaat er gewoon veel tijd overheen voordat je mensen met dezelfde ervaringen vindt.

Waarom heb ik dit verhaal niet op papier gezet toen mijn vader nog leefde en ik hem heel veel dingen gewoon had kunnen vragen? Want hij was absoluut bereid om te vertellen over die periode, maar toen het nog kon, interesseerde het me niet genoeg. Nu het verzamelen van informatie steeds moeizamer verloopt, vraag ik me regelmatig af: waar komt toch die behoefte vandaan nog meer toe te voegen aan de rijstebrijberg van gegevens en verhalen die er al is?

Juist omdat de mogelijkheden voor het vastleggen en bewaren van al deze privégeschiedenissen schier eindeloos zijn geworden, wordt de vraag nog belangrijker wat je wel en niet moet uitzoeken en bewaren, en waarom. Zijn al die persoonlijke levensverhalen belangrijker, even belangrijk of minder belangrijk dan de altijd al overgedragen verhalen over koningen, keizers en admiraals? De geschiedenis zal het hopelijk leren.