Noem mij Pier Landman. Ik was ooit archeoloog.
Water is niet bepaald mijn element. Vraag me niet waarom, maar het doet me denken aan de geur van vissenvoer. Sinds enige tijd – never mind hoe lang precies – lijd ik aan insomnia[1]. Maar áls ik slaap, droom ik de gekste dingen.
Laat me je een droom vertellen: Zomaar uit het blauwe niks val ik ruggelings in een vijver. Ik verbeeld me dat ik in de afgelopen tijd vleugels heb aangekweekt, maar wat ik ook doe, vliegen wil niet lukken. In mijn val sleep ik wel een rood koord met me mee. Ik klauter aan wal en haast me terug naar het hotel waar ik op dat moment verblijf, om droge kleren aan te trekken. In de lobby word ik tegengehouden door de receptioniste, die me wijst op de plassen die ik achterlaat op de marmeren vloer. Geïrriteerd schud ik haar hand van mijn arm. Op dat moment zie ik Pytrik Lautenbach – mijn collega – achter een potpalm zitten: hét excuus om me uit de voeten te maken. Ik plof naast haar neer, zo nat als ik ben.
‘Sorry,’ zegt ze, ‘sorry dat ik zo’n kleurloze figuur van je heb gemaakt, en dat ik je in mijn verhaal niet één keer aan het woord heb gelaten.’
Ik haal mijn schouders op, en vraag me af of ik haar misschien moet vertellen over de opgevouwen vleugels onder mijn schouderbladen, al was het maar om haar een beetje op te vrolijken. Maar nee, het is nog te vroeg, ik zou waarschijnlijk op een muur van onbegrip stuiten. Bovendien is het toch zeker niet mijn schuld dat ze zo sip voor zich uit zit te staren?
‘Wat is er?’ vraag ik.
Nu haalt zij haar schouders op. ‘Wat er is? Een gierende mislukking, dat onderzoek van ons, dat is wat er is. Het is gewoon niet genoeg uitgekristalliseerd.’
‘Ach, het proces is belangrijker dan het product’, probeer ik haar te troosten.
Ze lacht haar scheve lachje. ‘Voor jou misschien, nepkunstenaar.’
Vakkundig rol ik het rode koord op, zoals je een elektriciteitskabel oprolt. ‘Je hebt er nog altijd niks van begrepen, nepwetenschapper.’
Ik wil een verhandeling beginnen over dataverzameling, logboeken, het verschil tussen reflection in action en reflection on action, maar dan zie ik hoe ze iets probeert weg te moffelen in de zak van haar krijtstreepbroek – het is een papiertje, een lijstje met woorden, met omschrijvingen erachter, een soort spiekbriefje lijkt het wel – en zwijgend leg ik een knoop in de uiteinden van het koord. Op dat moment gebeurt het … kortsluiting[2]: knoop – rood – koord …
[1] Sjoch ús skripsje op namme fan Baukje Zijlstra (2022, s. 12).
[2] kortsluiting (de (v.)) 1 toevallige of opzettelijk tot stand gebrachte verbinding of aanraking tussen twee elektrisch niet geïsoleerde punten van een geleider of van verschillende geleiders, waardoor de weerstand van de stroomkring verkleind wordt en de stroomsterkte vergroot, wat in extreme gevallen tot gloeien van de draden kan leiden: culturele, geestelijke kortsluiting, onbedoeld en toevallig contact waardoor iets nieuws op cultureel of geestelijk gebied ontstaat 2 (fig.) totaal (wederzijds) onbegrip, m.n. leidend tot een (hevig) conflict.